Eenzaamheid hoeft niet, maar je moet wel proactief zijn!

In een gezellige portiekflat met uitzicht op het kanaal woont familie Poot. Ze hebben een aantal heftige jaren achter de rug waarbij mevrouw werd getroffen door borstkanker en meneer door een herseninfarct. In de lastige periode hebben ze veel steun gehad van hun buurvrouw: Ciska van Zijl (65). Ze woont direct naast hen. Nu gaat het gelukkig veel beter met beiden, maar nog steeds komt Ciska twee keer in de week langs.

Het hele huis hangt vol diamond paintings, een hobby van zowel meneer als mevrouw. In de hoek kwettert vrolijk een vogel vanuit een kooi en terwijl meneer Poot (73) koffie zet, doet hij de voordeur vast open. “Dan ruikt Ciska de koffie wel en komt ze vanzelf” lacht hij. En inderdaad, Ciska komt een paar minuten later de kamer binnen.

“Toen wij qua gezondheid in de problemen kwamen, heeft Ciska aangeboden om in ieder geval twee keer in de week langs te komen” vertelt meneer Poot. “Dan kon ik in ieder geval even boodschappen doen, of iets voor mezelf. Dat kon anders echt niet.”

“Ik heb zelf ruim 30 jaar gewerkt, maar in 2012 kwam ik thuis te zitten nadat bij een operatie aan mijn nek, mijn ruggenwervel is beschadigd” vertelt Ciska. “Ik miste mijn werk heel erg. Ik had allemaal collega’s waarmee het erg gezellig was. Ik viel wel echt in een zwart gat. Toen ben ik vrijwilligerswerk gaan doen in het Julianarusthuis. Maar dat rusthuis werd op een gegeven moment gesloten. Toen heb ik aangeboden hier twee ochtenden in de week te komen.”

“Je moet wel proactief zijn en zelf op zoek gaan naar dingen, want het wordt je niet in de schoot geworpen” merkt Ciska op. “Dat klopt, maar eenzaamheid hóeft niet” vindt meneer Poot. “Je creëert het ook een beetje zelf.” Maar, dit heeft ook met je persoonlijkheid te maken, concludeert het drietal. “Ik ben helemaal geen huismus” lacht Ciska. “Ik ga er iedere dag op uit, even naar de Intratuin, of naar de supermarkt. Daar kom ik allerlei mensen tegen waar ik dan gezellig een praatje mee maak.”

Meneer Poot heeft jarenlang in verschillende supermarkten gewerkt en heeft een kaaswinkel in de stad gehad. “Ik ben zo berucht als de bonte hond!” lacht hij. “Als wij naar de stad gaan stopt hij steeds om een praatje te maken” zegt mevrouw Poot. “Ik heb dat minder, ik ben altijd huisvrouw geweest en vind het fijn om thuis te zijn.”

De laatste jaren van zijn werkzame leven heeft meneer Poot op een begraafplaats gewerkt. Hier heeft regelmatig van dichtbij gezien hoe het is als één van de partners wegvalt. “Sommige mensen blijven echt radeloos achter, weten niet meer wat ze met zichzelf aan moeten.”

Toen meneer Poot weer thuis kwam uit het ziekenhuis, na een tweede herseninfarct, kwam er iemand van buurtzorg bij de familie thuis. “Dat is nu niet meer nodig, maar ik vind het wel prettig om te weten dat ik haar altijd kan opbellen.” Het idee dat je bij iemand terecht kan is fijn, vindt ook mevrouw Poot. “Ik kan altijd bij Ciska aankloppen als er iets is. Soms is mijn man even bo

Ondanks de ongemakken die horen bij het ouder worden zijn meneer en mevrouw Poot positief. “Het leuke van ouder worden is dat je nu de tijd voor jezelf hebt, en voor je kinderen en kleinkinderen” vertelt meneer Poot. “Niet meer dat verplichte, of dat gezeur met collega’s en klanten.” “Gisteren konden we nog spontaan even op onze twee kleindochters oppassen” vult mevrouw Poot aan. “Dat is gewoon ontzettend leuk!”

 

Meest gelezen